Inleiding

De canon is onderverdeeld in 5 periodes. Deze periodes worden begeleid door 5 gidsen. Elke periode bestaat uit een citaat van de gids en een korte inleiding over de periode zelf.

 

Binnen elke periode bestaan enkele themavensters; deze worden getoond als ronde knoppen onder de inleiding.

Elke venster bestaat weer uit een aantal tabbladen die verschillende soorten informatie geven, zoals achtergrond, video, interviews en feiten & cijfers.

 

 


 

 

Navigeren

Wanneer u binnenkomt op de canon kunt u door de periodes navigeren door:

  • op een afbeelding van een gids te klikken (de ronde foto’s onderin het scherm);
  • in de tijdbalk rechts een periode te kiezen;
  • of via het muiswiel naar boven of beneden te gaan.

 

 

 

 


 

 

Na het kiezen van een periode in de tijdbalk of gids verschijnt het citaat van de gids. Verder lezen kan door met het muiswiel naar beneden te gaan of door op de “lees verder” knop te klikken:

 

 

 


 

 

Daarna verschijnt een korte inleiding over de gekozen periode. Hier kunt u een van de themavensters uit de periode openen. Klik hiervoor op 1 van de witte ronde knoppen:

 

 

 


 

 

Het geopende venster bestaat uit een aantal tabbladen die elk te openen zijn door er op te klikken.

Om het venster te sluiten en weer door de periodes verder te navigeren, klikt u op het kruisje rechtsboven:

 

 

 


 

 

Om terug keren naar het ‘home’ scherm (het witte scherm met de 5 gidsen), kunt u altijd op het logo linksboven klikken.

 

Een menu met links naar extra pagina’s (home, colofon, disclaimer, cookieverklaring) is te openen door op de ‘hamburger’ knop (  ) rechtsboven te klikken.

 

 

 

 

 

Al meer dan 65 jaar springlevend in de wereld van pensioen

De Canon van PGB

Het verleden vormt je, is je fundament. Dat geldt ook voor ons, Pensioenfonds PGB. We nemen u daarom graag mee naar de belangrijkste tijdvakken voor ons fonds die, hoe kan het ook anders, samenhangen met de geschiedenis van Nederland. Want PGB is een kind van zijn tijd, toen en nu. En de toekomst? PGB gaat nog lang niet met pensioen. We blijven graag voor u zorgen!

 

 

2018-2050

Heden en toekomst

Jochem Dijckmeester

‘De toekomst voorspellen kunnen we natuurlijk niet. Maar we kunnen ons wel voorbereiden. Meebewegen met de maatschappij, inspelen op andere wensen. En zo samen blijven werken aan een goed pensioen in een leefbare wereld’

Lees verder
© Vincent Boon.

2018-2050

Heden en toekomst

We leven in onzekere tijden. Ligt er een nieuwe economische recessie op de loer? En wat moeten we doen om een klimaatramp af te wenden? Duidelijk is wel dat steeds meer mensen zich persoonlijk verantwoordelijk voelen voor wat we achterlaten aan komende generaties. Minder vliegen is voor velen nog een brug te ver, maar we willen wel elektrisch rijden, minder vlees eten en zonnepanelen op het dak. De toekomst? Die begint bij de keuzes van vandaag.

2008 - 2018

Verloren vertrouwen

Lucy Warnert

‘De kredietcrisis zorgt voor een knauw in het vertrouwen van mensen in de economie. Voor ons is het een lastig decennium. Pensioenen stijgen ineens niet meer mee met de inflatie. Heel spijtig! Dat kun je niet vaak genoeg zeggen’

Lees verder
© Vincent Boon.

2008 - 2018

Verloren vertrouwen

De economie zit weer in de lift. Niemand ziet het gevaar aankomen. Maar dan is er ineens een hypotheekcrisis in de Verenigde Staten. En die verspreidt zich als een olievlek over de wereld. Het gaat van hypotheekcrisis naar kredietcrisis, van bankencrisis naar financiële crisis, en van economische crisis naar eurocrisis. Anno 2018 lijkt het ergste achter de rug, de economie trekt weer aan, de huizenprijzen stijgen, de werkloosheid daalt. Maar het crisisjaar 2008 heeft ons wereldbeeld voorgoed veranderd.

Crisis op de beurs. Foto: M. Spencer Green. © Hollandse Hoogte.

1990 - 2008

Goudkoorts

Frans van Veen

‘De opkomst van het internet veroorzaakt veel opwinding, van beurs tot huiskamer. De grafische sector moet zich aanpassen. PGB ook. We richten onze blik naar buiten. Gaan samenwerken met andere sectoren. De insteek is: hoe kunnen we elkaar verder helpen’

Lees verder
© Vincent Boon.

1990 - 2008

Goudkoorts

De val van de muur in Berlijn in 1989 markeert het einde van de Koude Oorlog. De jaren negentig beginnen vol optimisme. De welvaart neemt een hoge vlucht. Iedereen heeft geld, of leent het. En heel Nederland gaat beleggen, in grote bedrijven of in nieuwe ontwikkelingen als internet. Maar in 2000 spat de internetzeepbel uit elkaar. Als een jaar later de Twin Towers in New York instorten zijn de onbezorgde jaren negentig definitief voorbij. In 2008 maakt de kredietcrisis een einde aan de goudkoorts en belandt Nederland hard met twee benen op de grond.

Foto: Chris Keulen. © Hollandse Hoogte.

1970 - 1990

Vrijheid, Gelijkheid, Zusterschap

Imro Spekkers

‘Een tijd vol veranderingen! Vrouwen veroveren de arbeidsmarkt. De werkloosheid wordt bestreden met vervroegd pensioen. Zo mooi als de VUT is het nu natuurlijk niet meer, maar eerder stoppen met werken kan nog altijd hoor…’

Lees verder
© Vincent Boon.

1970 - 1990

Vrijheid, Gelijkheid, Zusterschap

De jaren ’70 starten stuiterend van optimisme en idealisme: de welvaart neemt toe net als het gevoel van vrijheid. Er komt steeds meer verzet tegen de oude zuilen van kerk en politiek. Voor jezelf opkomen is het devies. Jongeren zetten zich af tegen hun ouders en creëren een eigen (hippie)cultuur. Vrouwen eisen meer rechten op dan alleen het aanrecht. Maar het hoopvolle en strijdbare begin eindigt na twee oliecrises in een economische recessie die in de jaren ’80 zijn hoogtepunt bereikt. De werkloosheid groeit naar een ongeëvenaard niveau.

Hangen op brommer. Foto: Harry Pot. © Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad.

1950 - 1970

De wederopbouw

Eva van Amson

‘1953 is het jaar waarin drie pensioenfondsen samen PGB oprichten. Het verhaal van het pensioenfonds raakt mij ook persoonlijk. Ik ben in dit tijdvak geboren, werk al dertig jaar voor PGB en ik woon in een voormalig PGB-wijkje in Amsterdam’

Lees verder
© Vincent Boon.

1950 - 1970

De wederopbouw

Nederland komt straatarm uit de oorlog. Er is gebrek aan voedsel, maar ook aan woningen voor de – veelal grote – Nederlandse gezinnen. Binnen het Marshallplan krijgt Nederland van Amerika een miljard dollar, het grootste deel als schenking. Allemaal voor de wederopbouw die de jaren vijftig het meest kenmerkt. Het is een tijd van hard werken en zuinig leven, zodat geïnvesteerd kan worden in nieuwe fabrieken en bedrijven. Dat alles legt de basis voor de welvaartsstaat die in de jaren zestig steeds verder gestalte krijgt.

Voetballen bij van Nelle Fabriek. Fotografie: Ed van Wijk. © Fotomuseum.

1950 - 1970. De wederopbouwVangnet voor de oude dag

 

De geboorte van PGB


 

 

Het Pensioenfonds voor de Grafische Bedrijven, roepnaam PGB, wordt in 1953 geboren in Amsterdam, op 22 mei om precies te zijn. De geboorte is het gevolg van een fusie tussen drie pensioenfondsen uit de grafische sector, een sector die zich kenmerkt door een sterk gevoel van samen optrekken en samen zaken regelen.

Lees verder
Drukkerij Bout, Huizen. © Drukkerij Bout.

Dat zit zo: aan het begin van de twintigste eeuw woedt een hevige concurrentiestrijd tussen drukkerijen. Om het hoofd boven water te houden gaan werkgevers en werknemers samenwerken. In plaats van de gebruikelijke tegenstelling tussen patroons en arbeiders ontstaat een gevoel van voor elkaar verantwoordelijk zijn. Een saamhorigheidsgevoel dat nog altijd de basis vormt voor het bestaan van PGB.

 

Drukkerij de Tijd. © GahetNA

 

De overheid zit in die tijd ook niet stil op het gebied van sociale zekerheid. In 1957 ziet de Algemene Ouderdomswet (AOW) het licht. Daarmee krijgen alle inwoners van Nederland vanaf hun 65e recht op een ouderdomspensioen van de staat. Dit is voor alle pensioenfondsen van groot belang, want voor die tijd (met de Noodwet Drees) leidt een pensioen van de bedrijfstak nog tot een korting op het staatspensioen. Met de invoering van de AOW niet meer. Dat wordt een soort bodempensioen. En zo is het nog altijd.

NOODWET DREES

De Noodwet Ouderdomsvoorziening zorgde vlak na de oorlog voor de verstrekking van een uitkering aan mannen en alleenstaande vrouwen van 65 jaar en ouder zonder voldoende eigen inkomsten. Omdat de wet door Willem Drees als minister van Sociale Zaken werd ingediend wordt dit ook wel de noodwet-Drees genoemd. Deze was uitdrukkelijk bedoeld als een noodoplossing zolang de definitieve regeling nog niet tot stand gekomen was. In 1957 werd het vervangen door de AOW.

 

Geschiedenis van het pensioen

 

Toen een pensionado nog een invalide was…

Vroeger was alles niet beter: in de 19e eeuw was je op je oude dag afhankelijk van de vrijgevigheid van je familie of de armenzorg. Pas in 1919 zet de overheid de eerste stap op weg naar een pensioenvoorziening met de invoering van de Invaliditeitswet. Ouderen boven de 65 worden als invalide beschouwd omdat je op die leeftijd niet meer kan werken. Het eerste pensioen was dus eigenlijk een invaliditeitsuitkering…

 

Eigen regeling grafische sector

De grafische sector begint in 1925 te werken aan een eigen pensioenregeling. Met als doel: een uitkering van 9 gulden per week voor gepensioneerden. De premie wordt op fifty-fifty basis verdeeld tussen werkgevers en werknemers.

Op 4 november 1929 wordt het Pensioenfonds voor de Grafische Vakken (PGV) opgericht: een van de eerste landelijke bedrijfstakfondsen in Nederland. Je zou kunnen zeggen dat PGV de voorloper van PGB is en dat onze geschiedenis dus daar al begint, maar we willen ons liever niet ouder voordoen dan we zijn. Datzelfde jaar ontstaat het Pensioenfonds voor de Illustratiebedrijven en in 1934 volgt het Pensioenfonds voor het Boekbindersbedrijf. Zoals gezegd gaan deze drie in 1953 op in het Pensioenfonds voor de Grafische Bedrijven (kortweg PGB): onze echte kick-off is dus in dat jaar.

 

Gezellen en chefs

De fusie betekent niet dat er dan ook één pensioenregeling gaat gelden. De technische werknemers vallen onder de ‘Gezellenkas’. Voor hen geldt een doorsneepremie, een systeem dat nog steeds voor de meeste deelnemers van PGB geldt. De rest valt onder de ‘Pensioenkas voor chefs en administratief personeel’. Die werkt met een ander systeem, namelijk het jaarlijks storten van koopsommen, zoals bij levensverzekeringen. Het zou tot 1993 duren voor er één pensioenregeling zou gelden voor alle werknemers.

 

Het inzicht door dat je de verschillende grafische sociale regelingen beter vanuit een centraal punt kunt beheren

Onze uitvoerder was er eerder

Dit is een mooi moment om ook iets te vertellen over onze uitvoerder: PGB Pensioendiensten. Want hun geschiedenis is nauw verweven met de onze. Sterker nog: zij waren er eerder. Na de oorlog breekt het inzicht door dat je de verschillende grafische sociale regelingen (pensioen, ongevallen, ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, overlijden) beter vanuit een centraal punt kunt beheren. Dan ontstaat de Stichting Grafische Bedrijfsfondsen (GBF)*. Die start op 12 april 1949 met ruim honderd werknemers in het pand van PGV (onze voorloper, weet u nog?). Dat leidt tot meer samenwerking tussen de diverse fondsen, en legt de bodem onder de geboorte van PGB.

 

*GBF ging korte tijd verder onder de naam Timeos (2012-2016), maar heet nu PGB Pensioendiensten om de band tussen fonds en uitvoerder te onderstrepen.

 

Feiten & cijfers


> 400%

Tussen 1962 en 1998 liep de inflatie gierend op tot ver boven de 400%. Toch wist PGB de pensioenuitkeringen voor gezellen voortdurend bij te houden tot de eeuwwisseling.

Groei

Bij het begin in 1953 telde PGB ongeveer 32.000 actieve deelnemers. Samen beschikten zij over een vermogen van 53 miljoen gulden. Tegen het eind van de eeuw stond de teller op ruim 56.000 deelnemers, maar was de pensioenvoorziening aangegroeid tot bijna 16 miljard gulden!

 

Wat gebeurde er nog meer in 1953?

Watersnoodramp

 

Op 1 februari 1953 is er een watersnoodramp in Zeeland en Zuid-Holland. Ook Engeland, Frankrijk en België worden getroffen door overstromingen. Er komen 1.835 mensen om. Bijna 110.000 mensen worden geëvacueerd.

Foto: Ben van Meerendonk. © Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad.

Wat gebeurde er nog meer in 1953?

Voorloper EU

 

De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) treedt in werking. Dit wordt gezien als de voorloper van de Europese Unie.

Oprichting Europese Gemeenschap Kolen en Staal. © Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad

Wat gebeurde er nog meer in 1953?

De zondagswet

De Tweede Kamer neemt de Zondagswet aan. Hiermee wordt de zondagse rust wettelijk bepaald.

Foto: Henk Hilterman. © Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad.
 

2018-2050. Heden en toekomstHet pensioen van morgen

 

Het pensioen van morgen


 

Ook voor het pensioen is de toekomst onzeker. Ergens in de komende jaren zal waarschijnlijk opnieuw een crisis op de financiële markten ontstaan, we weten alleen niet wanneer. Er is veel onrust in de wereld en handelsverhoudingen veranderen. Maar PGB is niet van gisteren.

Lees verder

Levens­verwachting van een 65-jarige:

1957: 14,8 jaar

2016: 19,8 jaar

2040: 22,8 jaar

2060: 24,8 jaar

We bereiden ons namelijk voor op alle veranderingen door onze financiële situatie te versterken en het pensioenkapitaal tegen risico’s te beschermen. En als het even kan willen we het laten groeien, zodat we weer kunnen indexeren. Want een zo goed mogelijke oude dag voor de deelnemers van nu en morgen, daar blijven we elke dag aan werken. Dat is zeker.

 

We blijven ouder worden…!

In 1860 was de levensverwachting van de Nederlander nog amper 40 jaar. In anderhalve eeuw is het ons gelukt meer dan twee keer zo oud te worden. Worden we misschien onsterfelijk? Zo’n vaart zal het niet lopen: wetenschappers voorspellen dat de maximale levensverwachting 117 zal zijn. Maar dat de pensioenleeftijd dan ook op zal schuiven, kan bijna niet anders. In 1957 had een 65-jarige gemiddeld nog 14,8 jaar te leven. In 2060 is dat 10 jaar meer.

 

De wereld verandert

En ondertussen blijft de wereld veranderen. In de afgelopen honderd jaar is er meer veranderd dan in de eeuwen ervoor, en in de afgelopen decennia is er meer veranderd dan in die honderd jaar. Dit hoge tempo van verandering zet ongetwijfeld door.

 

Ook de manier waarop we arbeid organiseren zal veranderen. Net als de manier waarop we naar onze oude dag kijken. En dus zal ons pensioenstelsel ook veranderingen ondergaan, we weten alleen nog niet welke. Zal (verplicht of vrijwillig) collectief sparen overeind blijven? We hopen het wel, maar zeker weten we het niet.

WAT WILLEN WE BEREIKEN

PGB wil er vandaag en morgen en ver in de toekomst voor zorgen dat deelnemers en gepensioneerden een zo goed mogelijk pensioen ontvangen door alle pensioenregelingen evenwichtig, solidair en toekomstbestendig uit te voeren. Ons doel op de lange termijn is om daarbij zoveel mogelijk koopkracht te behouden voor iedereen.

Beste pensioenstelsel van de wereld

De afgelopen decennia is de opzet van het pensioenstelsel relatief stabiel gebleven. Het Nederlandse pensioenstelsel komt als beste ter wereld uit de bus, volgens de Global Pensioen Index. Toch is er veel maatschappelijke en politieke discussie over de toekomst van het Nederlandse pensioenstelsel. Volgens sociale partners, de politiek en de pensioensector liggen de houdbaarheid van de AOW en de opbouw van het werknemerspensioen onder vuur, door een veranderende samenleving waarin mensen ouder worden, de verscheidenheid aan arbeidscarrières is vergroot en levenslopen meer verschillen. Het is echter nog niet gelukt om met alle betrokkenen tot één gezamenlijk alternatief te komen.

 

Alles draait om maar één vraag

Dat gezamenlijk komen tot een verandering van ons huidige stelsel of het zorgen voor een goed alternatief zal de uitdaging van de toekomst worden. Ook voor PGB. En daarbij draait alles eigenlijk allemaal maar om één vraag: wat heeft een persoon aan geld nodig om een zorgeloze pensioentijd tegemoet te kunnen zien? Een makkelijke vraag, maar het antwoord is complex, voor iedereen anders, en veranderlijk, daar waar de wereld om ons heen ook blijft veranderen. We zullen in de nabije en verre toekomst met alle belanghebbenden om de tafel (blijven) gaan om te zorgen voor een zo goed mogelijk antwoord op die ene vraag.

 

Meer dan pensioen alleen

Daarbij kijkt PGB ook naar de rol van pensioenfondsen in de samenleving, zoals naar de invloed die we kunnen uitoefenen via beleggingen, door bijvoorbeeld niet te beleggen in bedrijven waar misstanden plaatsvinden. En juist wel te beleggen in voor de deelnemers belangrijke maatschappelijke doelen met een goed rendement.
Hoe die maatschappelijke rol zich in de toekomst zal ontwikkelen? Ook daarover denken we na. Onze eerste zorg is dat deelnemers een zo goed mogelijk pensioen krijgen. Maar de oude dag moet wel kunnen plaatsvinden in een leefbare samenleving.

 
 

Jochem Dijckmeester

‘Of je nu kranten drukt, ervoor zorgt dat de bloemen op tijd in de winkel liggen of de Noordzee bevaart in de zeevisserij; onze deelnemers zijn vakmensen die mee veranderen en klaar zijn voor de toekomst’

Lees verder
© Vincent Boon.

Bekijk hieronder het filmpje met een interview met ons jongste bestuurslid en tevens onze plaatsvervangend voorzitter: Jochem Dijckmeester (een passende naam voor iemand die de dijken van ons pensioen beschermt, vindt u ook niet?

 

Jochem vertelt in het filmpje over de koers van het fonds. PGB wil de bestaande mogelijkheden voor pensioen optimaal benutten, zoals met individuele pensioenpotjes. Samen optrekken met alle belanghebbenden, zoals de deelnemers of de bedrijfstakken voor wie we regelingen uitvoeren, is ook heel belangrijk. Het streven is om elkaar te versterken en eraan bij te dragen dat nu en later van het pensioen genoten kan worden in een sociale, schone en stabiele samenleving.

 

 

JOCHEM DIJCKMEESTER
Geboren: 1982
Woont: in Utrecht
Houdt van: klimmen en paardrijden

 

 

 

≤ 5%

Tegelijkertijd moet het risico op een verlaging van de pensioenen beperkt en acceptabel zijn. Het uitgangspunt is dat de kans dat pensioenen in enig jaar meer dan 1 procent zullen worden gekort, niet hoger is dan 5 procent.

 
 

Roelfke van Heteren-Braam, deelnemer

‘Je kunt nú het verschil maken. Dat is lastiger als je 50 of 60 bent’

Lees verder
© Patricia Wolf.

Nu al geld opzijleggen voor een oude dag die nog heel ver weg is … Dat is niet iets waar veel jongeren over nadenken. Jammer, vindt Roelfke van Heteren-Braam, een van onze jonge deelnemers.

 

Roelfke, heb jij enig idee hoeveel pensioenpremie je betaalt en wat je al aan pensioen opzij hebt gelegd?

‘Ja, dat weet ik wel. Bij benadering. Ik heb op mijnpgbpensioen.nl gekeken. Niet omdat ik wist dat deze vraag zou komen, hoor. Ik vind het belangrijk om nu al na te denken over later. Dat als je oude dag aanbreekt je er ook warmpjes bij zit. Ik zou willen dat ik nog iets aanvullends zou kunnen doen!’

 

Hoe bedoel je dat?

‘Ik vind het jammer dat ik niet meer kan sparen voor later, mede omdat de overheid de mogelijkheden hiervoor heeft beperkt. Het geld dat ik opzijleg via het pensioenfonds mis ik niet. Ik voel dat niet in mijn portemonnee. Tegelijkertijd is het prettig dat het in deze fase van mijn leven – met een man, een kind, een tweede kind op komst en een eigen huis – automatisch geregeld is en ik daar niet iets aparts voor hoef te regelen. Dus het is fijn dat ik dat al doe via het pensioenfonds.’

 

Er is veel discussie over de vraag of mensen wel goed af zijn met het pensioenstelsel van nu, en of er niet meer keuze moet komen, zeker voor jongeren. Zou jij zelf meer keuzes willen, bijvoorbeeld bij het beleggen?

‘Niet echt. Ik vind dat er keuze genoeg is. Wat gebeurt er als ik het meer in eigen hand heb? Wanneer beleg ik goed? Ik weet toch niet hoe mijn leven zal lopen? Het idee van een pensioenfonds is dat je samen sterker staat en dat je voor je oude dag zorgt. Als het pensioenfonds zijn werk goed doet, kun je daar niet tegenop sparen. En in eigen beheer sparen voor een appeltje voor de dorst vraagt veel discipline.’

ROELFKE VAN HETEREN-BRAAM

Geboren: 1984 te Rhoon

Leeft: samen met mijn man William en dochter Anna

Houdt van: lezen, highteaën en mooie reizen maken

Werkt: als redacteur bij Uitgeverij Coutinho

Je zou bijvoorbeeld een stukje pensioen kunnen omzetten in een eenmalige uitkering, bijvoorbeeld om je hypotheek extra af te lossen.

‘Ik vraag me af of dat zin heeft. Dat heb je toch ook niet met je salaris? Het pensioen zie ik als een soort salaris voor later. Is het niet verstandig mensen eigenlijk een beetje tegen zichzelf te beschermen, omdat ze hierdoor later wellicht in de problemen kunnen komen? Al weet ik dat het paternalistisch is.’

 

Wat valt jou op als je met jongeren praat over hun pensioen?

‘De gelatenheid. Dat ze er geen idee van hebben of er nog wel iets over is als ze zelf met pensioen gaan. Ze weten vaak niet bij welk pensioenfonds ze zitten, of wat het verschil is tussen AOW en pensioen. Pensioen bouwt iedereen voor zichzelf op, maar het kwartje moet soms nog vallen bij jongeren. Ik bedoel dat ze nú zelf het verschil kunnen maken. En dat dit lastiger is als ze 50 of 60 zijn. ’

 

Misschien komt die gelatenheid door de opeenvolgende crises en de onzekerheid. Maak jij je hierover zorgen?

‘Niet echt. Er is altijd wel iets, of het nu de Brexit is of een handelsoorlog. Ik ga ervan uit dat het pensioenfonds zich daarop voorbereidt. Uiteindelijk komt het toch wel weer goed. We hebben alle crises tot nu toe nog overleefd.’

 
 

Robbert Dijkgraaf

‘Ik denk dat we nog nooit zulke goede vooruitzichten hebben gehad voor een lang en gezond leven’

Lees verder
© Annemieke van der Togt.

De bekende wetenschapper Robbert Dijkgraaf vertelt over de toekomst van het leven in een uitzending van DWDD University.

 

Klik hier voor de uitzending

 

1990 - 2008. GoudkoortsDe internet­bubbel

 

De internetbubbel


 

Op verjaardagsfeestjes is het ’t gesprek van de dag: ‘internet gaat de wereld veranderen’. Gevolgd door: ‘je bent een dief van je eigen portemonnee als je niet belegt’. Maar de hype zorgt uiteindelijk voor een drama voor beleggers. De internetbubbel spat uit elkaar met de beursgang van World Online. Acht jaar later raakt de hele wereld in een diepe economische crisis. En PGB? Die belandt voor het eerst in de rode cijfers.

Lees verder
Nina Brink. Fotograaf: Peter Hilz. © Hollandse hoogte

Foto: Gerard Til. © Hollandse Hoogte

 

Als iedereen zich zorgen maakt over de millenniumbug die de pc’s gaat teisteren op 1 januari 2000, zeilt PGB al op volle kracht de nieuwe eeuw binnen. Met cijfers waarop we jaren later alleen maar jaloers kunnen terugzien: de dekkingsgraad bedraagt bij de eeuwwisseling 167,3% en alle PGB-deelnemers hebben er elk jaar een paar procent indexatie bij gekregen. De actieve verzekerden, dus degenen die nog werken, hebben zelfs al meermalen extra indexatie ontvangen.

 

Bij die hemelhoge dekkingsgraad moet wel een kanttekening worden gezet: die is berekend volgens de oude systematiek, namelijk met een vaste rekenrente van 4%. Die zou later verdwijnen en plaats maken voor een (in de praktijk) veel lagere actuele rekenrente.

 

Van gulden naar euro

Het jaarverslag 2000 markeert de overgang van de gulden-economie naar de euro. Het PGB-vermogen noteert dan 7,4 miljoen euro. Maar dan barst de internetbubbel open: de hoog opgelaaide verwachtingen over de internetsector leiden tot grote tegenvallers op de beurzen. Het rendement blijft in 2000 nog steken op 2,7% in plaats van de ruim 6% die telkens de jaren daarvoor is behaald. Maar in de jaren 2001 en 2002 scoren aandelen in de technologiesector bedroevend slecht. PGB behaalt in 2001 een negatief rendement op aandelen van min 15% en daardoor een totaalrendement van min 3,1 %.

 

Dieprood

In 2002 vertonen aandelenmarkten wereldwijd helemaal vette rode cijfers. Het totaalrendement van PGB bereikt een dieptepunt met min 12%, voornamelijk door een negatief rendement van min 31,7% op aandelen. De dekkingsgraad daalt in een klap van ruim 144% naar 117,8% (nog steeds berekend met een 4% rekenrente).

 

Pensioenen nog verhoogd

Toch indexeert het bestuur alle pensioenrechten nog fors en die van werknemers extra. Maar tevens klinkt voor het eerst de waarschuwing dat de slechte financiële situatie in de toekomst gevolgen kan hebben voor de hoogte van de premie en de indexering.

 

Pas in 2005 besluit het bestuur om de pensioenen niet te verhogen, mede op advies van de deelnemersraad. Het niet verhogen of mogelijk zelfs verlagen van de pensioenen is in de jaren erna vrijwel voortdurend een thema.

Lees ook het interview met Henk Jansen, lid van de deelnemersraad van het eerste uur (zie tabblad hierboven).

 
 

Henk Jansen, lid verantwoordingsorgaan

‘We hebben de strengste eisen ter wereld. Ik vind dat hiertegen een hardere lobby gevoerd moet worden’

Lees verder
© CheeseWorks.nl.

Hoe zorg je voor voeling met je achterban, zodat werknemers, werkgevers en gepensioneerden hun zegje kunnen doen? Hoe regel je dat er inspraak is en verantwoording? Het is geen sexy onderwerp, maar het is wel belangrijk dat dit goed is geregeld. Henk Jansen, nu 70, was vanaf het begin betrokken bij de zeggenschap. Eerst als lid van de deelnemersraad, later als lid van het verantwoordingsorgaan.

 

Henk Jansen:‘Ja, hoe rol je daarin? Ik zat vanaf de jaren tachtig in de ondernemingsraad van de Nederlandse Dagblad Unie en later tot 2005 in de centrale ondernemingsraad van Reed Elsevier en PCM Uitgevers. En ik was als kaderlid actief bij FNV Kiem. Van daaruit kwam ik bij het Spaarloonfonds terecht en zo kwam ik ook in 2002 bij het pensioenfonds binnen. Daar werd in dat jaar een deelnemersraad opgezet bestaande uit actieve en gepensioneerde leden. Dan kon je meepraten en adviseren over het beleid. Maar zo spannend was dat in die tijd niet hoor.’

 

Adviseren en toetsen

Vanaf 2007 kwam er een verantwoordingsorgaan bij met een afvaardiging van werkgevers en leden van de deelnemersraad waaraan het bestuur verantwoording moest afleggen over het gevoerde beleid. ‘Ik zat toen in beide organen.’ Begin 2014 gingen de deelnemersraad en het verantwoordingsorgaan op in het verantwoordingsorgaan ‘nieuwe stijl’, dat mag adviseren én toetsen. Henk Jansen zit nu vijf jaar in dit 18 leden tellende orgaan.

 

Samen optrekken

‘Ik zit nu namens gepensioneerden in het verantwoordingsorgaan. We zijn een orgaan met drie geledingen, maar eigenlijk merk je niet wie er namens de werkgevers, werknemers of gepensioneerden inzit. Je komt samen op voor de hele PGB-gemeenschap. Op zich is dat goed. Alhoewel de belangen niet altijd gelijk zijn.’

 

‘Mijn interesse is altijd uitgegaan naar het beleggingsbeleid. Privé ben ik al meer dan 40 jaar actief op de beurs en volg ik dagelijks de financiële wereld. Dat komt mij goed van pas om de beleidskeuzes te beoordelen. Ik kon het niet altijd met het gevoerde beleid eens zijn, vooral toen de dekkingsgraad allesbepalend werd. Nu maak ik me vooral druk over de uitblijvende indexatie.’

HENK JANSEN

Geboren: 18 mei 1948

Woont: samen met zijn vrouw. Heeft twee zoons en drie kleindochters.

Houdt van: lezen (filosofie, wetenschap en financiële media), fitness, socratische gesprekken en reizen.

Te lage rekenrente en te hoge buffereis

Daarvoor moet je als verantwoordingsorgaan permanent aandacht vragen, vindt Henk Jansen. ‘De lage rekenrente en de hoge buffereis zorgen samen voor veel ‘dood geld’ in het pensioenfonds. Het geld is er wel, maar mag niet worden gebruikt om te indexeren omdat men ten onrechte stelt dat de jongeren daarvan het slachtoffer zouden worden. Maak dat maar eens hard, zou ik tegen het kabinet willen zeggen. We hebben de strengste eisen ter wereld. Idiote eisen naar mijn idee. Ik vind dat hiertegen een hardere lobby gevoerd moet worden.’

 

2000

PGB deelde aan de deelnemers in 2000 gratis euro-omrekenapparaatjes uit.

Jarenlang omrekenen

In de eerste jaren stond in de meeste Nederlandse winkels een bedrag zowel in guldens als euro’s aangegeven. Maar zelfs toen dat allang verdwenen was, bleven veel mensen nog jarenlang euro’s naar guldens omrekenen.

 

Wat gebeurde er nog meer in de jaren negentig?

Grote rage: flippo’s

Bij een zak chips van een bepaald merk, zitten vanaf 1995 een aantal ronde schijfjes van plastic of karton met daarop stripfiguren: flippo’s genaamd. Het wordt een instant-rage, vooral onder kinderen in de basisschoolleeftijd. Massaal worden ze gespaard en geruild, en worden er – vaak zelfverzonnen – spelletjes om gespeeld.

© ANP.

Wat gebeurde er nog meer in de jaren negentig?

Spice Girls

De Spice Girls is een Britse meidengroep die van 1996 tot 2001 enorm veel succes heeft. De groep verkoopt meer dan 45 miljoen albums en 30 miljoen singles. Ook maken ze de term girl power beroemd. Het is de bestverkopende meidengroep aller tijden.

© Shutterstock.

Wat gebeurde er nog meer in de jaren negentig?

Het geluid van een internetverbinding

Weet u nog? Het geluid dat de telefoon maakte als de computer in de begindagen verbinding zocht met internet? U kunt het hier horen!

 

 

© Shutterstock.
 

1970 - 1990. Vrijheid, Gelijkheid, ZusterschapEmancipatie

 

Weg achter het aanrecht


 

Het lijkt nauwelijks voorstelbaar, maar het is nog niet zo heel lang geleden dat vrouwen werden ontslagen als ze trouwden. In de jaren zeventig herleeft de vrouwenbeweging: een tweede feministische golf spoelt over Nederland. Tijdens de eerste golf, eind negentiende eeuw, ging het vooral om het recht op hoger onderwijs en kiesrecht. Dit keer strijden vrouwen met name om het recht op betaald werk en maatschappelijke deelname. Maar al snel komt de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op vele terreinen op de agenda. Ook in de pensioenwereld.

Lees verder
© Vrouwenemancipatie (vrouwenbeweging), Nederland, 1977. Foto: Sjan Bijman. Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Adriana.

PGB & de vrouwen

In de grafische mannenwereld van lood en inkt komen begin vorige eeuw nauwelijks vrouwen voor. In de eerste sociale regelingen worden ze vooral vermeld als weduwen. Die vallen aanvankelijk onder de Invaliditeitswet van 1919 als ze tenminste invalide zijn of ouder dan 60 jaar. Hun rechten worden opgebouwd door de zegels die op de rentekaart van hun man zijn geplakt, voor rekening van de werkgever overigens.

 

Weduwepensioen

Pas bij de oprichting van het gezamenlijke pensioenfonds PGB in 1953 wordt een levenslang weduwepensioen gecreëerd, van aanvankelijk 30% van het ouderdomspensioen.

 

In 1959 komt de overheid met de Algemene Weduwe- en Wezenwet (AWW), een soort bodemvoorziening. PGB verhoogt dan het pensioen voor weduwen van 65+ tot 50% van het ouderdomspensioen en opent ook de mogelijkheid tot bijverzekering voor een aanvullende weduweregeling voor vrouwen die voor hun 50e hun man verliezen.

 

Staatssecretaris B. Roolvink (Sociale Zaken) reikt in de Sociale Verzekeringsbank in Amsterdam de eerste AWW-uitkering uit aan de weduwe M. Berkemeyer-Proemer. Verder (vlnr): oud-minister Suurhoff, minister Beel en minister Van Rooy (Sociale Zaken), 4 oktober 1959. Fotograaf: Wim van Rossem. © Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Anefo/Wim van Rossem

 

Ook voor weduwnaars!

In 1984 wordt ook een weduwnaarspensioen ingevoerd. Dit natuurlijk in het kader van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Het weduwe- en weduwnaarspensioen wordt tegelijk opgetrokken van 65% naar 70% van het ouderdomspensioen.

 

(Weinig) werkende vrouwen

Uit het eerste jaarverslag van PGB in 1953 blijkt het aantal vrouwen dat in de grafische beroepen werkt, nog steeds zeer beperkt. En als ze er werken, is dat maar tijdelijk, en vaak op de administratie. Wel komt PGB in dat eerste oprichtingsjaar al met een speciale pensioenregeling voor administratief personeel. Maar bijna 80% van de vrouwen is niet ouder dan 25 jaar, waardoor ze nog geen pensioenrechten opbouwen. Meer dan de helft is zelfs jonger dan 20 jaar.

 

Verplichte pensioenopbouw

In 1955 wordt deelname aan een pensioenregeling ook voor alle niet-georganiseerden (lees: de niet-vakbondsleden) verplicht door het ministerie. Dat is niet zo’n punt voor het grootste deel van de grafische sector, waar het vakbondslidmaatschap verplicht is. Maar wel voor het administratief personeel, voor wie dat niet gold. Nu komt al het (vaak vrouwelijk) administratief personeel onder de paraplu van de pensioenregeling. Maar nogmaals, veel zijn het er niet.

 

Verbetering in de jaren tachtig

Nadat alle vrouwelijke werknemers in de jaren vijftig onder de pensioenparaplu zijn gebracht, volgen in de jaren tachtig veel veranderingen en verbeteringen. De pensioengerechtigde leeftijd van vrouwen gaat omhoog van 60 naar 65 jaar, waardoor zij voortaan ook gebruik kunnen maken van de VUT, vanaf hun 61ste.

 

 

Bij PGB wordt de aanvangsleeftijd voor pensioenopbouw  voor mannen en vrouwen vanaf 1992 gelijk.

Nog niet gelijk

Maar van een volledige gelijke behandeling blijkt dan toch nog geen sprake. Dat moet wel gebeuren, ook onder druk van Europa en van een Nederlands wetsontwerp dat er overigens wel tien jaar over doet om wet te worden, pas in 1998. In de tussentijd heeft Pensioenfonds PGB de gaten al gedicht. Belangrijk verschilpunt: mannen bouwen in die tijd pensioen op vanaf hun 21e levensjaar en vrouwen pas vanaf hun 25e. Die vier jaar verschil maakt veel uit in de totale pensioenopbouw. Vanaf 1992 wordt de aanvangsleeftijd bij PGB gelijk, waardoor er onmiddellijk 800 jonge vrouwen extra in de regeling stromen.

 

Deeltijdwerkers

Voor parttimers – ook vaak vrouwen – geldt voor wat betreft de ongelijke behandeling hetzelfde als voor vrouwen. Zij mogen niet meer worden uitgesloten van deelname aan een pensioenregeling. Dat is sinds 1994 wettelijk vastgelegd.

 

 

Vrouwen minder opbouw

Uit de Emancipatiemonitor 2008 blijkt dat vrouwen veel minder aanvullend pensioen via hun werkgever opbouwen dan mannen.

60-65 jr

In de leeftijdscategorie van 60 tot 65 jaar is de pensioenopbouw van mannen bijna vijf keer hoger dan die van vrouwen.

Pensioenkennis

De pensioenkennis van vrouwen blijft achter bij die van mannen. Uit onderzoek van Wijzer in Geldzaken (2011) naar de pensioenbeleving blijkt dat 70% van de vrouwen ‘volledig onbewust’ is (leest geen idee heeft). Mannen niet veel beter overigens: 62% weet er nauwelijks iets van. Inmiddels is dit alles verbeterd onder andere door gezamenlijke campagnes van de Nederlandse pensioenfondsen en sites als mijnpensioenoverzicht.nl. Maar zeker onder jongeren blijft het pensioenbewustzijn laag.

 
 

Vrouwen nog lang uitgesloten van pensioen


 

In 1976 worden vrouwelijke en mannelijke werknemers in de Europese regelgeving formeel gelijkgesteld. Toch kennen veel pensioenfondsen nog tot 1990 bepalingen dat gehuwde vrouwen (en deeltijdwerkers; ook vaak vrouwen) worden uitgesloten van de pensioenregeling. Daar komt een einde aan als in dat jaar twee vrouwen een rechtszaak aanspannen en door het Europese Hof van Justitie in het gelijk worden gesteld. In de uitspraak (het beruchte ‘Barber-arrest’) wordt bepaald dat mannen en vrouwen recht hebben op gelijke behandeling in pensioenregelingen. Veel grote Nederlandse pensioenfondsen stellen daarna vrijwillig hun regelingen met terugwerkende kracht tot 1976 open voor alle vrouwen.

Foto: Sabine Joosten. © Hollandse Hoogte.
 

2008 - 2018. Verloren vertrouwenPensioen groeit niet meer mee

 

Pensioen groeit niet meer mee


 

Alle Nederlandse pensioenfondsen worden hard geraakt door de crisis. PGB ook. De dekkingsgraad – die aangeeft of een fonds nu en in de toekomst aan zijn verplichtingen kan voldoen – tuimelt in 2008 van 148% naar 97%. En dat is ver beneden de op dat moment minimaal vereiste 105%. Het totale rendement eindigt diep in het rood. Voor het eerst kan PGB de opgebouwde pensioenrechten niet meer indexeren. En dat duurt tot en met vandaag de dag.

Lees verder

Niet indexeren klinkt misschien als een technisch probleem. Maar in de praktijk betekent het dat de koopkracht van gepensioneerden er direct op achteruitgaat. Als de prijzen bijvoorbeeld met 2% stijgen, en het pensioen stijgt niet mee, verlies je 2% koopkracht. Dat lijkt niet veel, maar toch: een (gemiddeld) aanvullend pensioen van € 600 per maand is na een jaar in dat geval € 12 per maand minder waard (op jaarbasis € 144). En ieder jaar loopt de koopkracht verder terug als indexatie uitblijft.

 

 

Minder besteedbaar inkomen

In zijn algemeenheid is het zo dat de AOW het afgelopen decennium wel is geïndexeerd en het aanvullend pensioen niet. Als je een klein pensioen hebt, dan voel je het verlies van koopkracht dus minder dan wanneer je een hoog pensioen hebt. Daar komt bij dat de overheid de afgelopen jaren fiscale maatregelen heeft genomen ten koste van gepensioneerden. Een gepensioneerde kan daardoor nu zelfs een lager netto-inkomen hebben dan tien jaar geleden.

 

En de pensioenleeftijd stijgt wel

In 2012 verhoogt het fonds de pensioenrichtleeftijd van 65 naar 67 jaar en in 2018 naar 68 jaar. Dat is een rekenmodel voor de jaarlijkse pensioenopbouw op basis van fiscale regels van de overheid. Vanaf 2013 verschuift landelijk ook de AOW-leeftijd. Die gaat in stapjes omhoog en ook de daaraan gekoppelde standaard pensioenleeftijd.

 

VVG-PGB heeft 12.500 leden en behartigt de belangen van de ongeveer 77.000 gepensioneerde deelnemers van PGB.

Voor gepensioneerden op de bres

PGB heeft een actieve vereniging van gepensioneerden, de VVG-PGB. Deze vereniging heeft 12.500 leden en behartigt de belangen van de ongeveer 77.000 gepensioneerde deelnemers van PGB. Vertegenwoordigers van VVG-PGB en PGB zitten regelmatig met elkaar om de tafel. Daarbij wordt onder meer gesproken over de koopkracht van de pensioenen. Ook draagt de VVG-PGB kandidaten voor het bestuur voor en benoemt de vereniging leden van het verantwoordingsorgaan.

 

Maar ook voor jongeren is niet-indexeren een probleem

Gepensioneerden voelen het verlies van koopkracht nú in hun portemonnee, en dat is vervelend genoeg. Maar dat wil niet zeggen dat jongeren er niks van gaan merken. Want niet indexeren van de pensioenen betekent dat hún pensioen later ook minder waard zal zijn. Als het opgebouwde pensioen niet meegroeit met de inflatie, heb je aan 100 euro tegen die tijd namelijk (veel) minder dan aan 100 euro nu.

 

Lees hier het interview met Lucy Warnert, medewerker klantenservice van PGB, die meer uitlegt over wat niet indexeren van pensioenen ook voor jongeren betekent. 

 
 

Lucy Warnert, medewerker klantenservice

‘Ik ben wel blij dat we de pensioenen nooit hebben hoeven verlágen. En er is nu gelukkig weer zicht op indexatie. Dat wil zeggen dat de pensioenen de komende jaren misschien weer kunnen meestijgen met de prijzen’

Lees verder
© Vincent Boon.

Even bellen met Pensioenfonds PGB? Dan krijg je misschien Lucy Warnert aan de telefoon. Ze werkt er al vanaf 1991. Werken op de klantenservice van een pensioenfonds betekent dat je veel vragen moet kunnen beantwoorden. Héél veel vragen…

 

Lucy, vertel eens, hoeveel vragen beantwoorden jij en je collega’s op de klantenservice elk jaar?

‘O, dat zijn er best veel. Er komen zo’n 65.000 informatieverzoeken bij ons binnen, via de telefoon, per mail of via het contactformulier. Sommige vragen zijn heel gemakkelijk te beantwoorden. Bijvoorbeeld wanneer het pensioen wordt overgemaakt. Dat staat wel op de website, maar sommige mensen willen toch graag zekerheid krijgen dat het écht die dag wordt overgemaakt. Voor andere vragen moet je soms ingewikkelde berekeningen maken, die goed moeten worden gecontroleerd. Dan kan het wat langer duren voor iemand antwoord krijgt.’

 

© CheeseWorks.

 

Kun je altijd antwoord geven?

‘Ja en nee… We kunnen niet altijd het antwoord geven dat onze deelnemers graag willen horen. We kunnen het niet mooier maken dan het is. En soms geven we een antwoord dat iemand niet begrijpt. Dat proberen we natuurlijk te voorkomen, maar dat lukt niet altijd. Of we zien niet wat de echte vraag was… Zo waren we bijvoorbeeld al een tijdje aan het mailen met een meneer over het feit dat de pensioenen niet zijn meegestegen met de prijzen de afgelopen jaren. Toen we echt in gesprek raakten zei hij tegen ons: ‘Ik snap alles wat jullie zeggen, maar wat ik wil horen is dat jullie dat jammer vinden.’ Natuurlijk vinden we dat heel spijtig! Maar dat is zo vanzelfsprekend dat je er niet aan denkt om zoiets in een mail te zetten.’

LUCY WARNERT
Geboren: 5 augustus 1967 in Paramaribo
Leeft: Woon ruim 10 jaar samen met partner Jermaine in Amstelveen
Houdt van: Sporten, lekker eten en reizen (vooral naar Barcelona vanwege het eten, shoppen en de zon). ‘Barcelona is voor mij een optie om te gaan wonen als ik vervroegd met pensioen zou kunnen!’

Krijgen jullie veel vragen over het niet verhogen van de pensioenen?

‘Bij mensen die al pensioen krijgen is het een veelgestelde vraag. Heel begrijpelijk. Al ben ik wel blij dat wij de pensioenen nog nooit hebben hoeven verlágen. En er is nu gelukkig weer zicht op indexatie in de komende jaren. Dat wil zeggen dat de pensioenen straks misschien weer kunnen meestijgen met de prijzen.’

 

Vragen deelnemers die nu pensioen opbouwen ook naar indexatie?

‘Nee, die zijn daar helemaal niet mee bezig. Ik snap dat best. Elk jaar gaat je salaris een beetje omhoog, door een cao of omdat je misschien wat omhooggaat in je schaal. Dat betekent normaal gesproken dat je dan ook wat meer pensioen gaat opbouwen. Dus dan zie je het bedrag dat erbij komt elk jaar wat groeien. Maar als het pensioenfonds kan indexeren, dan tikt dat ook door in het pensioen dat je al bijeen hebt vergaard. Soms vraag ik me wel eens af of je de deelnemers daarover wakker zou moeten schudden. Dat ze beter begrijpen dat indexatie er ook voor jongeren toe doet. Er wordt soms wat eenzijdig over gedacht.’

 

Hoe zit dat dan?

‘Tot 2008 was indexeren heel normaal. In de jaren ‘70 hebben we zelfs indexaties tot 10% gehad. Daar hebben de ouderen van kunnen profiteren. Onze actuarissen hebben uitgerekend dat de gepensioneerden van nu gemiddeld drie tot vier keer zoveel aan pensioen krijgen uitbetaald als ze ooit samen met hun werkgever aan premie hebben ingelegd. Hoe langer we niet kunnen indexeren, hoe lager die vermenigvuldigingsfactor wordt. En dat is nadelig voor het pensioen van de jongeren van nu. Ook daarom hoop ik dat we dit snel weer kunnen oppakken.’

 

Achteruitgang

Gepensioneerden met een (hoger) aanvullend pensioen zijn er vanaf 2010 meer op achteruit gegaan dan werkende Nederlanders met een vergelijkbaar inkomen. Dit blijkt uit een onderzoek van het NIBUD (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting), uitgevoerd in opdracht van 50PLUS.

-€3.168

Een ouder echtpaar met AOW en pensioen en 1,5 keer modaal (49.000 euro) leverde per jaar 3.168 euro aan koopkracht in. Een werkend stel met een vergelijkbaar inkomen ging er 828 euro per jaar op achteruit.

Hoe het begon

Hoe zit het nou precies met de crisis van 2008? Een filmpje van de NOS legt het helder uit.

 

 

Wat gebeurde er nog meer in 2018?

De deeleconomie is booming

De deeleconomie is aan een opmars bezig. ‘Delen is het nieuwe hebben’; en dat komt voort uit de crisis, maar heeft ook te maken met duurzaamheid: waarom zouden tien buren allemaal een boormachine of een ladder aanschaffen, als ze die ook kunnen lenen van elkaar. En datzelfde geldt voor nog veel meer zaken: met Snappcar kun je je eigen auto te huur aanbieden, of die van een ander lenen. Op Thuisafgehaald kun je je kookkunsten online delen. En steeds meer mensen delen hun huis met toeristen via Airbnb.

© Shutterstock.

Wat gebeurde er nog meer in 2018?

Het aantal zzp’ers blijft groeien

In weinig Europese landen groeit het aandeel zzp’ers (de nieuwe term voor freelancers) zo hard als in Nederland. Zo’n 12 procent van alle werkenden is zelfstandige zonder personeel. Er zijn al meer dan een miljoen zzp’ers, tegenover 330.000 in 1996. Het kabinet maakt zich toenemend zorgen over deze grote groep die vaak niet verzekerd is tegen arbeidsongeschiktheid en meestal ook geen pensioen opbouwt.

Foto: Sabine Joosten. © Hollandse Hoogte.

Wat gebeurde er nog meer in 2018?

Waar zochten we naar op Google in 2018?

Uit het Google jaaroverzicht 2018 blijkt dat Avicii (een Zweedse dj en muziekproducent) de top trending zoekopdracht van Nederland was. Verder in de top tien: Meghan Markle, Maarten van der Weijden en Boer zoekt vrouw. De hele lijst, die een aardig beeld geeft van wat er speelde in 2018, is hier te bekijken.

Foto: Yui Mok © Hollandse Hoogte.
 

1950 - 1970. De wederopbouwMeebouwen aan Nederland

 

Meebouwen aan Nederland


 

Vlak na de oorlog is er gebrek aan alles. Ook bouwmateriaal is schaars. En dat terwijl er dringend behoefte is aan het opknappen van woningen door verwoesting en verwaarlozing in de oorlog. Maar ook aan nieuwe woningen vanwege de geboortegolf. Het gevolg is een nijpend woningtekort, dat ervoor zorgt dat jonge stellen soms jaren bij hun ouders moeten inwonen. PGB gaat in die jaren investeren in onroerend goed. Dat bezit zorgt voor een zeker rendement en PGB kan zo meebouwen aan Nederland.

Lees verder
© Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/NFP.

Het is alle hens aan dek om de enorme woningnood in de jaren ’50 op te lossen. Beleggen in vastgoed wordt gezien als een investering met weinig risico en als een manier om mee helpen aan de (letterlijke) wederopbouw van het land. Naast beleggen in obligaties en aandelen, gaat PGB daarom ook beleggen in vastgoed.

 

In 1953 bezit PGB aardig wat onroerend goed, waaronder veel woningen, maar ook winkels en kantoren. Het gaat om panden in Amsterdam, maar ook daarbuiten, vooral in het westen, midden en oosten van Nederland.

 

Links, bouw Dever. © Gemeente Amsterdam Stadsarchief. Rechts, Dever anno 2019. © CheeseWorks.

 

PGB-buurtje

In Amsterdam koopt PGB in 1960 onder andere een aantal huizen aan de Dever, een straat in Buitenveldert. In 1961 komen daar woningen aan Persijn en de Zuid-Hollandse straat bij, die ook in deze buurt liggen. De huizen daar zijn ook erg in trek bij medewerkers van de uitvoeringsorganisatie. Het wordt al snel een ‘PGB-buurtje’.

 

Jaarverslag met vermelding Dever 17. © CheeseWorks.

 

In 1967 breidt PGB het aantal panden in Buitenveldert uit door nog eens 192 woningen aan de nabijgelegen Van Nijenrodeweg te kopen. Eind 1970 bezit PGB maar liefst 3.964 woningen, 790 garages en 27.475 vierkante meter kantoor-, winkel- en bedrijfsruimte.

 

Het investeren in vastgoed is overigens niet uniek voor PGB. Veel pensioenfondsen doen dat. Het zorgt voor een duurzame verbinding tussen de woning- en pensioenmarkt in Nederland, die standhoudt tot aan de crisis in 2008.

 

 

168.291.000

Ter vergelijking: aan het eind van 1970 stond het onroerend goed in de boeken voor 168.291.000 gulden.

PGB bezat woonhuizen en winkels in Alkmaar, Amsterdam, Arnhem, Delft, Deventer, Enschede, Den Haag, Heemstede, Den Bosch, Leiden, Meppel, Naarden, Amstelveen, Nijmegen, Duivendrecht, Rotterdam, Overschie, Utrecht, Vlaardingen en Voorburg, Velsen, Zaandam en Zutphen.

Laatste bezit

Na de crisis van 2008 begon PGB het vastgoed van de hand te doen. Op dit moment bezit PGB geen woningen meer. De laatste zijn verkocht in 2012. Slechts een kantoor is nog in het bezit van PGB: dat van PGB Pensioendiensten.

 
 

Eva van Amson

‘De geschiedenis van Pensioenfonds PGB raakt mij ook persoonlijk. Ik ben van ’66, woon in een voormalig PGB-wijkje in Amsterdam en werk al meer dan 28 jaar voor het fonds’

Lees verder
© Vincent Boon.

In gesprek met Eva van Amson, medewerker front office PGB Pensioendiensten. Zij woont aan de Dever in Amsterdam, Buitenveldert; een van de PGB-buurtjes uit de jaren zestig.

 

Eva, jij woont in het voormalige ‘PGB-wijkje’ in Amsterdam-Buitenveldert. Hoe zit dat?

“Ik werk al meer dan 28 jaar voor Pensioenfonds PGB. En ik woon nu ruim 16 jaar in een 3-kamerappartement dat ooit een huurhuis was van Pensioenfonds PGB. Het was destijds bedoeld als een tijdelijke oplossing. Ik had dringend een huis nodig nadat mijn relatie op de klippen liep. Maar die tijdelijke stek werd al snel ‘mijn’ thuis. Ik wilde en wil er niet meer weg. Ook niet toen ik een nieuwe relatie kreeg.”

 

Eva voor haar huis op Dever 17. © CheeseWorks.

 

Wat is er zo fijn aan?

“Sander en ik zijn de tweede bewoners van dit appartement en we blijken dezelfde woonstijl te hebben als de eerste bewoners: héél veel boeken en héél veel verzamelingen. Ik houd van boeken, serviesgoed en kistjes. Ja, het staat hier heel vol. Het wijkje is prachtig. Het is groen en veilig. Je bent zo in de stad en uit de stad. En ik kan lopend naar mijn werk… Dit huis past ons als een jas.”

EVA VAN AMSON

Geboren: 1966 in Amsterdam
Woont met: man Sander, hond Mara en poes Loes
Houdt van: Lezen, goed eten, koken, film, theater, rommelmarkt, vrijheid, mijn man en Italië.

Hoe is het om bij PGB te werken?

“Ik werk voor klanten, dat vind ik heel fijn: contact hebben met mensen. Ook het werken in een team bevalt mij heel goed. PGB is natuurlijk enorm gegroeid de laatste jaren en dat maakt ons werk nog interessanter. Ik vind ons bedrijf een goede werkgever en ga met plezier naar mijn werk. Natuurlijk verbaas ik mij ook zo nu en dan maar dat is bespreekbaar. Naast mijn ‘reguliere’ werk heb ik sinds 2016 mijn eigen bedrijf voor coaching en persoonlijke ontwikkeling, ben ik penningmeester van een zorgboerderij en ik heb met een vriendin ook nog twee winkeltjes op Marktplaats. Van de opbrengst daarvan gaan we samen op vakantie!”

 

Het appartement is nu niet meer van PGB. Had je het niet zelf willen kopen?

“Er waren in deze wijk veel woningen eigendom van PGB. Het pensioenfonds bezat niet alleen dit complex, maar ook appartementen aan de Van Nijenrodeweg en Persijn. Op een gegeven moment werd besloten al het direct vastgoed te verkopen, zodat het pensioenfonds zich niet meer bezig hoefde te houden met het beheer. Dit appartement is verkocht in 2005. Ik vond de vraagprijs destijds te hoog. Achteraf bezien had ik het natuurlijk gewoon moeten kopen. Het is inmiddels flink in waarde gestegen. Maar eerlijk gezegd kan ik daar niet van wakker liggen. Het onderhoud is prima, ook al is het niet meer zo goed als toen PGB het nog deed. We hebben een druk leven. En we wonen hier fijn. Het is prima zo.“

 

 

 

Huisvesting in de jaren ’60


 

Een eigen huis, een plek onder de zon. Ook in 1960 keken jonge gezinnen daarnaar uit. Maar leefbare en betaalbare huisvesting was nauwelijks voorhanden. Onderstaand filmpje van Schooltv geeft een fraai (maar droevig) beeld van de huisvesting in die jaren: ‘Als het regent heb ik een zwembad in de keuken.’

 

 

 

1970 - 1990. Vrijheid, Gelijkheid, ZusterschapDe VUT

 

Met de VUT


 

In de strijd tegen de oplaaiende werkloosheid ontstaan eind jaren zeventig in Nederland tal van regelingen, waaronder die voor vervroegd uittreden van oudere werknemers: de VUT. Vaak met behoud van salaris van 90%. De grafische sector kent als enige een VUT-regeling met een uitkering van 100% netto.

Lees verder
© Spaarnestad Photo.

Eerst geldt de VUT in de grafische sector voor 63-jarige werknemers, maar de leeftijd gaat geleidelijk omlaag naar 60 jaar.

 

Vervroegde uittreding

Vervroegde uittreding wordt in de jaren zeventig en tachtig gezien als ideaal middel in de strijd tegen werkloosheid. Voor iedere vutter een werkloze aan de slag, is het devies. Het liefst een jongere langdurig werkloze. Vanaf 1979 worden in Nederland op grote schaal VUT-regelingen ingevoerd. Maar de herbezettingspercentages vallen tegen. Het succes ervan heeft dus andere oorzaken. Eén ervan laat zich wel raden: eerder stoppen met werken, met behoud van het (bijna) volledige salaris… Wie zou daar nu nee tegen zeggen?

 

Betalen voor wie met VUT gaat

De VUT-regeling is verplicht en wordt gefinancierd via een omslagstelsel: van de ingekomen premies worden de uitkeringen betaald van degenen die met de VUT gaan. Dat werkt dus heel anders dan pensioen, want daarbij wordt van de betaalde premie het latere pensioen voor jezelf en je nabestaanden betaald.

 

Einde VUT

De VUT-regeling gaat de volgende decennia aan haar succes ten onder. Dat heeft ook alles te maken met de verslechterende economische situatie. De premies moeten omhoog om de regelingen te kunnen betalen. Gesprekken over versobering kunnen niet uitblijven. Via een overgangsregeling gaan de VUT-regelingen rond de eeuwwisseling over in soberder pre-pensioenregelingen, die inmiddels ook zijn gesloten of afgeschaft.

 

En nu?

Vijftig- en zestigplussers van nu zien de pensioenleeftijd steeds verder vooruitschuiven. Zij stellen zich de vraag hoe ze gezond de eindstreep kunnen halen. En welke mogelijkheden er nog zijn om toch eerder te kunnen stoppen met werken…

 

Bekijk ook het filmpje met het interview met Ton Duivis, gepensioneerd pensioenvoorlichter. Of het interview met Imro Spekkers van de werkgeversdesk over de mogelijkheden van vervroegd pensioen.

 
 

Imro Spekkers, relatiebeheerder

‘Zo mooi als de VUT is het nu natuurlijk niet meer, maar dat wil niet zeggen dat het anno 2019 helemaal niet meer mogelijk is om eerder op te houden met werken.’

Lees verder
© CheeseWorks.

In veertig jaar tijd kan er heel wat veranderen. De VUT komt en gaat. En na een zoveelste financiële crisis zijn de geesten rijp voor een bezuiniging op de AOW, het pensioen van de overheid. 65 wordt 67 of nog later. Eerder met pensioen gaan, kan dat nu nog? We vragen het Imro Spekkers van de werkgeversdesk.

 

Eerst maar eens wat cijfers. Begin deze eeuw ligt de gemiddelde leeftijd waarop iemand met pensioen gaat net onder de 61 jaar. Inmiddels is de gemiddelde pensioenleeftijd opgelopen tot bijna 65 jaar. Dat is nog altijd lager dan de officiële AOW-leeftijd, die de 67 rap nadert. Maar niet iedereen wil of kan werken tot zijn officiële AOW-leeftijd. Eerder stoppen kan als werknemers dat zelf betalen; soms met hulp van de werkgever.

 

Leeftijdsbewust personeelsbeleid

‘Hoe zorg ik dat mijn werknemers gezond de eindstreep halen? Wat kan er nog als werknemers eerder met pensioen willen? Of gedeeltelijk met pensioen? Dat zijn thema’s die de afgelopen jaren meer aandacht krijgen bij bedrijven’, zegt Imro Spekkers, relatiebeheerder bij Pensioenfonds PGB. Samen met zijn collega’s op de werkgeversdesk vangt hij de eerste telefoontjes op van werkgevers met vragen over pensioen.

 

Leeftijdsbewust personeelsbeleid rukt op, vooral bij grotere bedrijven, zegt Imro Spekkers. ‘Er kan best veel, zoals met pensioen gaan in deeltijd. Maar in de praktijk wordt daar nog niet veel gebruik van gemaakt.’ Dat verbaast hem niet echt. ‘Bij grotere bedrijven is het gemakkelijker om de kennisoverdracht goed te regelen, en ouderen minder te laten werken. Maar bij kleinere bedrijven zijn de oudere werknemers vaak vakmensen die een gat in de bezetting veroorzaken als ze minder gaan werken of weg zouden gaan.’

 

Eigen reserves aanspreken

Nu de VUT niet meer bestaat, en er ook geen nieuwe opbouw meer is voor prepensioen, moeten werknemers hun eigen reserves aanspreken als ze eerder met pensioen willen. Die eigen reserves kunnen bestaan uit spaargeld, maar ook uit pensioenaanspraken.

 

 

Alhoewel het pensioen een officiële ingangsleeftijd heeft van 65, 67 of 68 jaar (afhankelijk van de fiscale regels) kan iedereen zijn pensioen eerder laten ingaan. Dat heeft wel gevolgen voor het bedrag per jaar. ‘Op mijnpgbpensioen.nl staat een planner waarmee je kunt uitrekenen wat vervroegen (of uitstellen, want dat kan ook) betekent voor je pensioen’, zegt Imro Spekkers. ‘Ik heb het zelf ook wel eens gedaan, gewoon om te zien wat er dan gebeurt.’

IMRO SPEKKERS

Geboren: 25 april 1968 in Amsterdam

Leeft: in Monnickendam (maar heeft een oogje op Amsterdam), en heeft een dochter.

Houdt van: vakantie, lekker eten en een beetje zaalvoetballen met vrienden

Laagdrempelig

Vanuit de werkgevers speelt dit soort vraagstukken vaak pas als werknemers bij de HR-afdeling terecht komen en vragen naar de mogelijkheden, zegt Imro. ‘Mijn advies aan werkgevers is dan: laat ze met onze klantenservice bellen.’

 

‘Mijn advies aan werkgevers: laat ze bellen met onze klantenservice. We hebben veel informatie waarmee we ze kunnen helpen. En onze buitendienst kan bij ze langsgaan om de mogelijkheden te bespreken’

Of er wordt gebeld als er in het bedrijf gereorganiseerd moet worden, en er gekeken wordt of vervroegd uittreden een optie is. ‘We zijn heel laagdrempelig. Lang niet alle werkgevers die bij ons zitten, hebben een eigen HR-afdeling. En dan kan het ook de directeur zijn die belt, of iemand van de salarisadministratie. We hebben veel informatie, waarmee we hen kunnen helpen. Van filmpjes tot handzame informatie over de pensioenregeling. En we hebben mensen in de buitendienst die bij het bedrijf langs kunnen gaan, om de mogelijkheden te bespreken. Soms zijn er in een bedrijfstak afspraken gemaakt, en daar weten onze relatiebeheerders dan ook alles van.’

 

Speciale pensioentrainingen voor HR

Imro merkt in zijn werk dat lang niet elke werkgever weet wat er allemaal kan via het pensioenfonds. ‘We geven regelmatig pensioenvoorlichting aan werknemers, op verzoek van een werkgever of ondernemingsraad. En we zijn onlangs begonnen met speciale trainingen over pensioen voor HR-medewerkers. Daaraan was behoefte omdat pensioen een stukje van de arbeidsvoorwaarden is, maar de mensen bij personeelszaken er niet iedere dag mee te maken hebben en niet altijd precies weten hoe het zit. Pensioen is best complex, en er zijn nog veel misverstanden over. Dus wat is er dan mooier als de mensen die het dichtst staan bij de werknemers, de goede informatie meteen kunnen geven?’

 

 

Ontwikkeling van vrije tijd


 

11 uur per dag

Het is heel snel gegaan met de ontwikkeling van vrije tijd. Het is bijna niet meer voor te stellen, maar een ruime eeuw geleden (we schrijven 1889) werkte men 11 uur per dag. Typografen werken soms 15 á 16 uur per dag, vaak ook nog onder moeilijke omstandigheden, omdat zij anders nauwelijks een boterham verdienen.

 

Stapsgewijze vermindering

Stapsgewijs vermindert de werktijd. In de cao van 1914 wordt een maximale arbeidsduur van 9,5 uur per dag en 57 uur per week opgenomen (een werkweek kende 6 dagen). Onder invloed van de Arbeidswet van 1919 gaat de werktijd naar 51 uur. En in 1920 is er nog een grote sprong voorwaarts naar een 45-urige werkweek, die drie jaar later echter weer wordt teruggedraaid naar 48 uur. Na de oorlog worden productiviteitsstijging, het opvangen van ‘technologische werkloosheid’ en het bevorderen van het welzijn van de werknemer aangevoerd als argumenten voor verdere arbeidstijdverkorting. Toch zal het nog tot 1961 duren voordat men de werktijd weer terugbrengt: een 45-urige werkweek met een vrije zaterdag. In 1973 krijgen we een 40-urige werkweek, in 1984 een 38-urige en in 1986 een 36-urige.

 
 

Ton Duivis

‘Ik begon in 1972. Toen was het pensioenfonds nog heel statisch, met vastomlijnde regelingen. Maar de grafische bedrijfstak is heel innovatief. En dat gold ook voor het pensioenfonds’

Lees verder
© CheeseWorks.

Ton Duivis kent PGB van haver tot gort. Hij werkte er als pensioenexpert en voorlichter. Al in de jaren zeventig organiseerde hij bijeenkomsten om PGB-deelnemers voor te bereiden op hun oude dag. En dat deed hij tot een paar jaar geleden nog steeds, tot hij met pensioen ging. Daarna was hij actief als lid van het Verantwoordingsorgaan, en dat is hij nog steeds. In het filmpje kijkt hij terug op zijn werk voor PGB.

 

TON DUIVIS
Geboren: op 14 december 1950 in Amsterdam.
Woont: nog steeds in Amsterdam en is alleenstaand
Houdt van: reizen (speciaal het ontdekken van andere culturen in verre landen), muziek, jazz, blues en pop uit de sixties

Beeld oud foldermateriaal. © Cheeseworks

BIJNA MET PENSIOEN

Natuurlijk wordt er nog altijd voorlichting gegeven aan werknemers die aan de vooravond staan van hun pensioen en er alles over willen weten. Dat gebeurt nu op verschillende locaties in het land. Honderden mensen komen er jaarlijks af op de sessies, die een ochtend of middag duren. Soms alleen, soms nemen ze hun partner mee.

 

Wat gebeurde er nog meer in de jaren ’70 en ‘80?

Turks fruit

 

De film Turks Fruit van Paul Verhoeven, naar het boek van Jan Wolkers, met in de hoofdrollen Rutger Hauer en Monique van de Ven, komt in 1973 uit in de bioscopen en doet flink wat stof opwaaien. Het wordt met 3,3 miljoen bezoekers de succesvolste Nederlandse film aller tijden. In 2007 werd de film opgenomen in de Canon van de Nederlandse film.

Rij bij bioscoop Tuschinski waar de speelfilm Turks Fruit draait, 2 maart 1973. Foto: Bert Verhoeff. © Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Anefo.

Wat gebeurde er nog meer in de jaren ’70 en ‘80?

Joop Den Uyl

Het kabinet Den Uyl dat van mei 1973 tot december 1977 duurde, wordt gezien als het meest progressieve uit de parlementaire geschiedenis. Verkleining van inkomensverschillen staat voorop. Het kabinet verhoogt daarvoor uitkeringen en AOW en voert het minimumloon in.

PvdA-politicus Joop den Uyl, zijn vrouw en vier van hun zeven kinderen. © Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad.

Wat gebeurde er nog meer in de jaren ’70 en ‘80?

Protest!

De jaren zeventig vormen een periode van demonstraties. Zo is er het grote protest tegen kernwapens in Utrecht op 25 november 1979. Het is het begin van de georganiseerde vredesbeweging tegen kernwapens die in de eerste helft van de jaren tachtig op de voorgrond treedt.

Massale vredesdemonstratie tegen kernwapens, Museumplein Amsterdam, 21 november 1981.
© Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/NFP.
 

1990 - 2008. GoudkoortsVerplicht pensioen onder vuur

 

Verplicht pensioen onder vuur


 

‘Verplicht verzekerd van een zorgeloze toekomst.’‘Ieder voor zich, het bedrijfstakpensioenfonds voor ons allen.’ Opvallende reclameleuzen van bedrijfstakpensioenfondsen in Nederland, begin jaren negentig. Pensioenfondsen, die op dat moment publicitair nog nooit aan de weg getimmerd hebben, laten ineens van zich horen in reclame op radio en in dag- en vakbladen. Wat is er aan de hand?

Lees verder
Foto: Ger Loeffen. © Hollandse Hoogte.

Levensverzekeraars loeren op pensioenmarkt

Aanleiding is een krachtige lobby van het Verbond van Verzekeraars die de verplichte deelname aan pensioenfondsen ter discussie stelt. Verplichte deelname, zo beweren verzekeraars, is niet meer van deze tijd, het individu wil zelf kiezen. Ze spelen daarmee handig in op trends in de samenleving waar het steeds vaker ieder voor zich en vrijheid, blijheid is en waar steeds meer behoefte bestaat aan afstemming op persoonlijke omstandigheden en voorkeuren. Dat ze zelf toegang willen tot een commercieel interessante pensioenmarkt, laten ze onbelicht…

 

Verplichte deelname blijft overeind

De pensioenfondsen reageren gezamenlijk op de ‘coup’ van de verzekeraars met een gerichte campagne die publiek en politiek duidelijk moet maken waar de kneep zit: dat verzekeraars nooit op kunnen tegen de voordelen van verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds zoals: lage kosten, invloed op de regeling, goede beleggingsresultaten die ten goede komen aan de deelnemers, geen concurrentie op arbeidsvoorwaarden en geen selectie op gezondheid, geslacht of leeftijd. De overheid stelt het speelveld opnieuw vast: de verplichting blijft gehandhaafd.

 

Ondertussen bij PGB…


 

Moderne pensioenregeling

Een compleet nieuwe pensioenregeling ziet het licht in 1993. Dan gaan eindelijk de twee pensioenkassen (van gezellen enerzijds en chefs en administratief personeel anderzijds) samen in één pensioenregeling voor alle werknemers vanaf 21 jaar. Het systeem verandert eveneens. De Eindloonregelingen maken plaats voor een Middelloonregelingen. Dat is een stap waar veel andere fondsen pas jaren later toe zullen besluiten. De grafische bedrijfstak loopt voorop, maar niet alleen daarmee.

 

Uitruil

PGB biedt namelijk als eerste bedrijfstakfonds de mogelijkheid tot Pensioenuitruil. De wet die dit voorschrijft zal pas 8 jaar later (2001) gaan gelden.

 

Partnerpensioen ook voor ongehuwden

En gold het nabestaandenpensioen voor die tijd alleen voor gehuwden, vanaf 1993 spelen het geslacht en de relatievorm van betrokkenen geen rol meer. Ook ongehuwde partners komen voortaan in aanmerking voor het partnerpensioen.

 

En deeltijd krijgt vaste vorm

Begin jaren negentig besluiten partners steeds vaker samen te blijven werken. Werken in deeltijd krijgt vaste vorm en ook ouderschapsverlof wordt wettelijk geregeld. De nieuwe pensioenregeling houdt rekening met werknemers die in deeltijd werken of die verlof opnemen om hun kinderen te verzorgen. Parttimers bouwen pensioen op naar rato en tijdens het ouderschapsverlof worden de pensioenrechten gratis aangevuld tot 100%.

 

2008 - 2018. Verloren vertrouwenOnder de PGB-paraplu

 

Onder de PGB-paraplu


 

PGB zet in het decennium na de crisis zijn deuren steeds verder open naar andere sectoren om de basis onder het pensioenfonds te vergroten. Dit om de krimp in de grafische sector het hoofd te kunnen bieden, maar ook om te kunnen voldoen aan steeds strengere eisen aan pensioenfondsen als gevolg van de crisis.

Lees verder

Sector Verf en Drukinktindustrie.

 

Die beslissing pakt goed uit: anno 2018 regelt PGB de pensioenen voor in totaal dertien sectoren en is het een van de grootste pensioenfondsen in ons land, en de enige die zo breed multi-sectoraal is. En moesten we dat eerst wel eens uitleggen, zelfs tot in Den Haag aan toe, nu wordt PGB gezien als voorloper en voorbeeld in pensioenland.

 

Sector visserij

Sector Visserij.

 

Sector Kunststof en Rubber.

 

Sector Procesindustrie.

 

Nieuwe sectoren

Eerst sluiten zich bedrijven bij PGB aan die verwant zijn aan de grafische sector, zoals uitgevers, de kartonnage- en drukinktfabrikanten. Maar alras trekt PGB ook geheel andere sectoren aan, waaronder de baggeraars, zeevissers en de bloemen- en plantengroothandel. Door die grotere schaal kan PGB kostenvoordelen behalen en zijn er meer mogelijkheden om te beleggen. ‘Het was eten of gegeten worden’, zegt de voorzitter van PGB, Ruud Degenhardt over die keuze (lees ook het interview met hem).

 

Om duidelijkheid te scheppen verandert het fonds zijn naam in 2016 ook formeel van Pensioenfonds voor de Grafische Bedrijven in simpelweg Pensioenfonds PGB.

 

 

Innovatief

Pensioenfonds PGB laat niet alleen groei, maar ook innovatie zien. Naast de traditionele uitkeringsregelingen, waarbij deelnemers jaarlijks pensioenrechten opbouwen, ontwerpt het fonds ook eigen beschikbare premieregelingen (DC-regelingen), waarbij de ingelegde premies van de deelnemers zelf het uitgangspunt vormen. Dat gebeurt op verzoek van een aantal nieuw aangesloten bedrijven en bedrijfstakken.

 

De premieregelingen van PGB kennen wel een aantal collectieve elementen ter bescherming van de deelnemers. Ook biedt het fonds hybride regelingen aan (waar bovenop de traditionele uitkeringsregeling een beschikbare premieregeling komt). De constructie van PGB waarbij in tien jaar voor pensionering het pensioenkapitaal stapsgewijs overgaan in pensioenrechten, oogst veel belangstelling.

 

319.000

PGB regelt anno 2018 voor ongeveer 319.000 deelnemers het pensioen. Daarvan zijn ca. 77.000 gepensioneerd, de rest legt nog actief premie in (ook 77.000) of is ‘slaper’ (hebben ooit bij PGB pensioen opgebouwd, maar doen dat nu elders).

20.467

Er zijn 20.467 uitkeringen met een partnerpensioen (PP). Het gemiddelde brutobedrag is € 496,40. Het gemiddelde nettobedrag is € 391,73.

95%

95% is lager dan € 2.000 bruto per maand.

13

Bij Pensioenfonds PGB zijn 13 sectoren aangesloten.

 

 

 

 

 

2018-2050. Heden en toekomstBeleggen in kwaliteit van leven

 

Beleggen in kwaliteit van leven


Onze deelnemers, u dus, vinden duurzaam beleggen steeds belangrijker. Anders gezegd: u wilt graag dat PGB een zo hoog mogelijk rendement op het vermogen nastreeft, maar niet tegen elke prijs. Zo wilt u liever niet dat er winst wordt gemaakt op kinderarbeid of op controversiële wapens. Gelukkig sluiten maatschappelijk verantwoord beleggen (MVB) en rendement elkaar niet uit. Sterker nog: ze kunnen vaak hand-in-hand gaan en bijdragen aan een betere wereld. En dat is waar PGB voor gaat.

Lees verder
Foto: Herman Wouters. © Hollandse Hoogte.

Dat u dit wilt, weten we dankzij onderzoek dat we onder onze deelnemers uitvoerden. Want we houden graag een vinger aan uw pols als het gaat om de dingen die we doen. En u volgt PGB daarbij steeds kritischer. En zo hoort het ook. Samen willen we een gezonde toekomst voor ons pensioen, maar die staat niet los van de wereld om ons heen. Want of we nog actief werken of al gepensioneerd zijn: we willen een goed pensioen, maar we willen ook weten dat die niet ten koste gaat van anderen of het klimaat. En dat is een mooie ontwikkeling die in de toekomst hopelijk alleen maar sterker wordt.

 

Geen woorden maar daden

Gelukkig praat PGB er niet alleen over, duurzaam beleggen, maar werken we er ook al een tijdje hard aan. En met erkenning: we zijn flink gestegen op de jaarlijkse ranglijst van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO). Dat er in het afgelopen jaar stappen zijn gezet om de beleggingen duurzamer te maken, wordt erkend met 2 sterren. Daarmee is PGB een van de grootste stijgers in de VBDO-lijst van 2018. We zien dat als een mooie steun in de rug voor de verdere ontwikkeling van ons beleid voor Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (MVB).

 
 

Jacqueline van Voorthuizen

‘We willen via onze beleggingen een positieve verandering teweegbrengen op thema’s die onze deelnemers belangrijk vinden’

Lees verder
© CheeseWorks.nl.

Maatschappelijk verantwoord beleggen (MVB) klinkt goed. Maar wat houdt dat in de praktijk nu eigenlijk in? Jacqueline van Voorthuizen, verantwoordelijk voor het MVB-beleid, vertelt wat Pensioenfonds PGB hieraan doet.

 

Wat is maatschappelijk verantwoord beleggen?

“Maatschappelijk verantwoord beleggen houdt in dat er bij de beleggingsbeslissingen rekening wordt gehouden met uitgangspunten voor het milieu en klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen. Het vergroot de kans op een goed resultaat op de lange termijn en verkleint de risico’s van beleggingen.”

 

‘We beloven om bij het beleggen rekening te houden met milieu, arbeids- en mensenrechten en goed bestuur. En daar open over te communiceren’

Welke principes hanteert PGB in de praktijk daarbij?

“We beleggen volgens de Global Compact Principles van de Verenigde Naties. Die bindt bedrijven aan 10 principes op het gebied van mensenrechten, arbeidsomstandigheden, milieu en anti-corruptie. De principes zijn afgeleid van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en andere internationaal erkende verklaringen, zoals bijvoorbeeld van de International Labour Organisation en conventies van de Verenigde Naties. Om dit alles te onderstrepen heeft het bestuur ook de United Nations Principles for Responsible Investment ondertekend. Via deze principes van de Verenigde Naties beloven we om bij het beleggen rekening te houden met milieu, arbeids- en mensenrechten en goed bestuur. En we beloven om hierover open te communiceren.”

 

En hoe verantwoord beleggen we nu?

“Sinds 2016 voert PGB een intensief duurzaamheidbeleid. Uit onderzoek onder onze deelnemers bleek dat zij liever niet willen dat hun pensioengeld wordt belegd in wapens, tabak en bedrijven die kinderarbeid gebruiken. Daar beleggen we dus niet meer in, met uitzondering van kernwapens uit landen die onder het non-proliferatieverdrag vallen. In 2018 zijn we nog een stap verder gegaan en hebben we al onze bezittingen verkocht in bedrijven die handvuurwapens verkopen aan particulieren. In bedrijven die kinderarbeid gebruiken belegden we al niet meer op basis van de Global Compact Principles. Verder zijn we op dit moment druk bezig met het ontwikkelen van beleid om ons beter voor te bereiden op klimaatverandering. Als eerste stap bouwen we onze beleggingen in kolen af. Verder gaan we na hoe we via onze beleggingen een positieve verandering kunnen teweegbrengen op thema’s die onze deelnemers belangrijk vinden.”

TOP 5

van onderwerpen die deelnemers belangrijk vinden voor positieve verandering:

  1. goede gezondheid en welzijn
  2. geen armoede
  3. betaalbare en duurzame energie
  4. klimaat
  5. geen honger

Meer lezen?

Elk jaar legt Pensioenfonds PGB in zijn jaarverslag verantwoording af over zijn beleggingsbeleid, en dus ook over maatschappelijk verantwoord beleggen. Maar er is nog veel meer informatie!

  • Wist u dat u precies kunt nalezen in welke bedrijven Pensioenfonds PGB niet belegt? U vindt op onze website de zogenaamde ‘uitsluitingslijsten’, waarop alle bedrijven staan waarin we niet beleggen met de reden waarom.
  • Ook kunt u nalezen wat we precies doen aan ‘engagement’, een moeilijk woord voor het in gesprek gaan met bedrijven waarin we beleggen. Het bureau dat dit namens ons doet maakt hierover elk kwartaal een rapport. En dat publiceren wij op onze website.
  • Verder gaan we vanaf 2019 elk jaar een apart digitaal jaarverslagmagazine publiceren waarin we uitleggen wat we in het afgelopen jaar gedaan hebben om het vermogen maatschappelijk verantwoord te beleggen. Ontvangt u onze digitale nieuwsbrieven, dan krijgt u dit magazine automatisch in uw brievenbus.

Meer horen?

Pensioenfonds PGB heeft het convenant van Nederlandse pensioenfondsen over maatschappelijk verantwoord beleggen ondertekend. Meer weten hierover? Luister dan naar het BNR-programma van Jörgen Raymann uit december 2018.

 

 

Maatschappelijk verantwoord beleggen

Deelnemers vinden het belangrijk dat PGB let op de maatschappelijke en milieueffecten van beleggingen. Gepensioneerden vinden dit belangrijker dan actieven (80% tegenover 69%). De meeste gepensioneerden (74%) en actieven (65%) geven aan dat deze beleggingen niet ten koste mogen gaan van het rendement of tot hogere risico’s leiden. Veel deelnemers zijn echter onbekend met het maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid van PGB: 67% van de actieven en 47% van de gepensioneerden zeggen niet te weten of PGB het pensioen verantwoord belegt.

Extra investeren

Duurzame energie wordt door deelnemers het meest genoemd als gevraagd wordt waar PGB in Nederland extra in moet investeren. Er is een kleine groep die vindt dat er niet extra in Nederland geïnvesteerd moet worden (actieven: 10% en gepensioneerden: 8%). Gepensioneerden vinden vaker dan actieve deelnemers dat PGB in zorg en huisvesting moet investeren. Actieve deelnemers noemen vaker zaken omtrent financiën (economie, bedrijfsleven en infrastructuur).

Belang VN-doelen

Het belangrijkste doel op de VN-agenda is voor zowel actieven (53%) als gepensioneerden (51%) goede gezondheid en welzijn. Verdere belangrijke thema’s die door deelnemers genoemd worden, zijn het terugdringen van armoede en duurzame energie betaalbaar maken. Actieve deelnemers vinden het belangrijker dan gepensioneerden dat er iets wordt gedaan tegen klimaatverandering (+5%) en gepensioneerden vinden het belangrijker dan actieven dat er niemand honger heeft (+5%).

 

1990 - 2008. GoudkoortsPGB breidt uit

 

PGB breidt uit


 

De werkgelegenheid in de grafische sector begint in de jaren negentig terug te lopen. Nieuwe simpeler print- en productiemiddelen verdringen de oude arbeidsintensieve. Digitale media rukken op ten koste van drukwerk. Na de eeuwwisseling verergert de krimp. Ook PGB voelt de wind tegen. En richt zich daarom op samenwerking met uitgeverijen.

Lees verder
© Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad

Onder druk van de digitalisering vernieuwt de grafische sector zich. Veel bedrijven gaan kleiner en op een andere manier door. Bijna 40% van de grafische ondernemingen draait verlies. Pensioenfonds PGB merkt deze krimp ook. Het aantal premiebetalende deelnemers daalt van 2000 tot 2004 in 5 jaar tijd van 49.000 naar 42.000.

 

Uitgever PCM treedt vrijwillig toe

Gelukkig doet zich een nieuw fenomeen voor, dat de voorbode is van de toekomstige groei van het fonds: in 2005 treedt het ondernemingspensioenfonds van PCM vrijwillig toe tot PGB. Het belegd vermogen stijgt in één keer met 7,6% tot bijna 7,8 miljard euro. Het aantal actieve deelnemers stijgt met 3.100.

 

Sector uitgeverijen.

 

PCM blijkt de eerste van een reeks. Boom Uitgevers, Wegener, Noordhoff Uitgevers, SDU, Het Financieele Dagblad en de ondernemingspensioenfondsen van De Boer en Misset volgen.

 

PGB besluit bewust te streven naar samenwerking met pensioenfondsen uit media, communicatie en uitgeverijen

Eén pensioenloket voor de hele sector

PGB constateert in die jaren bovendien dat de steeds strengere eisen van de wetgever en De Nederlandsche Bank het veel andere en kleinere pensioenfondsen moeilijk maken. Zoals in sectoren die raakvlakken hebben met de grafimedia. Daarom besluit PGB bewust te streven naar verbreding van het draagvlak door samenwerking met pensioenfondsen uit media, communicatie en uitgeverijen. Eén pensioenloket voor de hele sector is het devies.

 

Deur steeds verder open

In de jaren erna zet PGB de deur steeds verder open. Eerst naar sectoren en zelfstandige pensioenfondsen die verwant zijn aan de grafische sector, maar later ook daarbuiten.

 

Lees ook het interview met Frans van Veen, de man die aan de wieg stond van de uitbreiding van PGB (zie tabblad hierboven).

 
 

Frans van Veen

‘Het begon allemaal met de aansluiting van uitgeverij PCM in 2005. Daar werd de basis gelegd voor het pensioenfonds dat we nu zijn. Heel divers en flexibel. De insteek is: hoe kunnen we elkaar verder helpen’

Lees verder
© Vincent Boon.

Een nieuwe wind…


 

De grafische sector krimpt, en dat zal alleen maar erger worden. Hoe moet PGB hierop reageren? Met de komst van PCM in 2005 begint een nieuwe wind te waaien bij het pensioenfonds. Frans van Veen (65) zet zijn eerste stappen op het gebied van acquisitie, iets geheel nieuws in die tijd…

 

Even terug in de tijd. Hoe ben jij eigenlijk bij Pensioenfonds PGB terecht gekomen, Frans?

‘In 1990 begon ik als auditor, controleur zeg maar. Daarna werd ik IT-ontwikkelaar en – na een studie actuariaat – ben ik als actuaris gaan werken. Actuarissen zijn de rekenaars van een pensioenfonds. Wij rekenen bijvoorbeeld uit hoeveel geld er gereserveerd moet worden voor de pensioenverplichtingen. Dus ik ben een beetje van alle markten thuis.’

 

Nu ben je al jaren degene die in gesprek gaat met partijen die zich willen aansluiten bij het pensioenfonds. Hoe is dat zo gekomen?

‘Als actuaris was ik betrokken bij allerlei projecten, zoals prepensioen voor journalisten en kleine aansluitingen. Toen PCM zich aansloot, ontstond er via bestuurslid Bert Coenradie een meer ondernemende sfeer bij ons.’ Lachend: ‘Dat paste heel goed bij mijn eigen instelling als zoon van een slager. Ik vind het heel interessant om aan de acquisitiekant te werken. En als actuaris kan ik het hele plaatje schetsen.’

FRANS VAN VEEN
Geboren: 1953, in Bennebroek

Leeft: samen met zijn vrouw (Rienkje), heeft 2 kinderen en 2 kleindochters
Houdt van: reizen in zijn camper en klassieke muziek

Waarom is het pensioenfonds eigenlijk op zoek gegaan naar nieuwe aanwas? Kon het niet gewoon een grafisch pensioenfonds blijven, maar dan kleiner?

‘Destijds is vaak het grapje gemaakt dat je óf aan tafel zit óf op het menu staat. Je moet groot genoeg zijn om te kunnen blijven bestaan. Dat is ook wel gebleken. Van de ooit 1.060 pensioenfondsen zijn er nu nog maar zo’n 240 over. De voorspelling was dat er maar 15.000 arbeidsplaatsen zouden overblijven in de grafische sector. Dus er moest echt iets gebeuren. We zijn toen in gesprek gegaan met de sociale partners over uitbreiding. En die gingen erin mee om ook uitgeverijen te gaan benaderen. Daarna konden we op eigen gezag verder uitbreiden. De toenemende regeldrang in Den Haag en de naar elkaar toegroeiende dekkingsgraden door de financiële crisis hebben ons daarbij geholpen.’

 

‘Destijds is vaak het grapje gemaakt dat je óf aan tafel zit óf op het menu staat. Je moet groot genoeg zijn om te kunnen blijven bestaan. Dat is ook wel gebleken. Van de ooit 1.060 pensioenfondsen zijn er nu nog maar zo’n 240 over’

Jij hebt alle veranderingen meebeleefd. Wat zie jij als de belangrijkste verandering?

‘Ik denk dat het vooral een kwestie is van houding. In de jaren negentig zag je die al veranderen. Er werd meer gekeken naar ‘de klant’. Dat is nu heel normaal, en ook typerend voor PGB. Ondernemingen die zich bij ons aansluiten blijven baas over hun eigen regeling. Daarom hebben we naast de uitkeringsregelingen ook een beschikbare premieregeling gemaakt, die we steeds verder moderniseren. Dat wil zeggen dat we hem met behoud van onze eigen uitgangspunten aanpassen aan de wensen van de klanten.’

 

Hoe zie jij de toekomst voor je?

‘We kunnen nog doorgroeien. Het tempo is afhankelijk van de omstandigheden, en ik zie vooral kansen bij vrijwillige aansluitingen. Persoonlijk vind ik het heel leuk werk om te doen. Dus ik ga graag nog even door.’

 

Van ‘het orgel’ tot ‘Maia’ en real-time beurskoersen…

Kaartenbakken

 

Gegevens over de deelnemers zaten vroeger ‘gewoon’ in kaartenbakken. Die archiefkast werd liefkozend ‘het orgel’ genoemd. Daarna was er ook nog een ‘paternoster’, een draaibare achiefkast. Helemaal leeg inmiddels…

 

© CheeseWorks.

Van ‘het orgel’ tot ‘Maia’ en real-time beurskoersen…

Ponskaarten

In de archieven zijn ook nog talloze boeken te vinden met handgeschreven registers. Net als ponskaarten en allerlei papieren formulieren uit vervlogen tijden.

© CheeseWorks.

Van ‘het orgel’ tot ‘Maia’ en real-time beurskoersen…

 

Automatisering

Nu is alles geautomatiseerd, ook al hebben de grote servers inmiddels plaats gemaakt voor kleinere exemplaren.

© CheeseWorks.

Van ‘het orgel’ tot ‘Maia’ en real-time beurskoersen…

Maia

 

Het administratiesysteem is geautomatiseerd en heet Maia. Alleen wie officieel toegang heeft tot de administratie, mag daarin kijken.

© CheeseWorks.

Van ‘het orgel’ tot ‘Maia’ en real-time beurskoersen…

Real-time

Maar ook op andere afdelingen turen medewerkers urenlang op hun schermen, zoals bij beleggingen. Daar worden de koersbewegingen in de gaten gehouden. Real-time, want dat is tegenwoordig heel normaal.

© CheeseWorks.
 

2008 - 2018. Verloren vertrouwenProfessioneel besturen

 

Professioneel besturen


 

Dat de pensioenfondsen binnen een paar jaar tijd zulke financiële klappen krijgen, doet de vraag rijzen of er iets schort aan de organisatie en de deskundigheid van besturen. Niet dat ze wereldwijde crises kunnen afwenden, maar toch: hebben ze wel voldoende het vermogensbeheer en het risicomanagement in de vingers?

Lees verder
Foto: Filip Barna/Unsplash.

Landelijke commissies met deskundigen buigen zich over uiteenlopende deelgebieden en komen met adviezen naar de minister. Een van die adviezen luidt: organisaties als PGB en de uitvoeringsorganisatie GBF moeten ‘ontzaffen’, zoals het in het jargon heet: niet langer een zelfstandig administrerend fonds zijn, maar beleid (fonds) en uitvoering (GPF) beter scheiden. Dat betekent ook dat de besturen van fonds en uitvoeringsorganisatie uit verschillende personen gaan bestaan. Daarover is men het eens.

 

 

Reset

Het bestuur van PGB besluit daarom in 2010 de operatie ‘Reset’ op te zetten: om een nieuwe start te maken. In plaats van uitvoerder van pensioenregelingen moet het pensioenfonds een financiële instelling worden met de focus op continuïteit. Het bestuur moet zelfstandiger zijn en minder leunen op de uitvoeringsorganisatie. Sterker nog: PGB moet een professioneel tegenwicht bieden.

 

Tien bestuursleden

Het eerste gevolg is dat de scheiding tussen algemeen bestuur en dagelijks bestuur vervalt: er komt één bestuur van (maximaal) tien personen. De bestuursleden hebben ieder een eigen portefeuille en het bestuur wordt versterkt met twee specialisten: voor vermogensbeheer en voor risicomanagement. Het fondsbestuur gaat eens per 14 dagen vergaderen en de bestuursleden werken 1 ½ tot 3 dagen per week (minstens) voor het fonds.

 

Een nieuw gezicht

Een paar jaar later voldoet het bestuur ook aan de eisen van diversiteit die de Code Pensioenfondsen en de Pensioenwet stellen. Het bestuur telt dan twee vrouwelijke leden en ook een nieuw lid van beneden de 40 jaar, namelijk Jochem Dijckmeester. In 2017 zal hij landelijk worden uitgeroepen tot Jonge pensioenfondsbestuurder van het jaar en daarmee bijdragen aan het nieuwe gezicht van PGB.

 
 

Ruud Degenhardt

‘Alles wat we doen, moet de deelnemers dienen’

Lees verder
© CheeseWorks.nl.

Ruud Degenhardt loopt al heel wat jaren mee bij Pensioenfonds PGB. In 2001 trad hij toe tot het algemeen bestuur. In 2008 werd hij voorzitter. In de jaren erna manifesteerde hij zich als de roerganger die het pensioenfonds in de onzekere en woelige periode na de bankencrisis in veilige haven moest zien te loodsen.

 

De koers van het bestuur in de afgelopen jaren was duidelijk, vertelt Ruud Degenhardt: ‘Alles wat we doen, van schaalvergroting tot versterking van de bestuursstructuur, het moest en moet altijd in het belang zijn van de deelnemers en de gepensioneerden.’

 

De voorzitter kijkt terug op een decennium van verandering, waarin een ‘reset’ van het bestuur nodig was: het bestuur werd geprofessionaliseerd en kwam steeds sterker ‘aan het roer’ te staan.  ‘Als je terugkijkt op de jaren van 2008 tot 2018 dan was onze uitdaging vooral om ons vermogen om te veranderen goed voor het voetlicht te brengen bij de sociale partners.’

 

Toen hij in 2008 voorzitter werd namens de werkgevers was er nog een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur bij PGB. Veel werd er in die tijd niet vergaderd, maar daar kwam snel verandering in: ‘Aan de ene kant groeiden we, en dat had gevolgen voor al onze processen. Aan de andere kant werd het veel belangrijker om verantwoording af te leggen, aan deelnemers en werkgevers maar ook aan interne en externe partijen zoals verantwoordingorgaan, raad van toezicht en toezichthouders. Dan red je het niet met zes keer vergaderen per jaar. Het werk is heel intensief en het vergt een grote betrokkenheid. Dan moet je, zeker als voorzitter, drie dagen per week beschikbaar zijn.’

 

Schaalvergroting

De strategie om te verbreden en te groeien was ingegeven door de voortgaande krimp in de grafische sector. Die zette het pensioenfondsbestuur voor het blok. Ruud Degenhardt: ‘Het was eten of gegeten worden’.

 

Daar kwam de financiële crisis nog bij. Die leidde niet alleen tot een slechtere financiële positie van PGB en andere pensioenfondsen maar ook tot strakkere regels en meer toezicht. ‘Veel pensioenfondsen hadden het moeilijk en zochten een sterkere basis voor de toekomst. Daardoor sloeg ons aansluitingsbeleid aan. Wij kregen een steeds bredere basis en grotere schaal.’

RUUD DEGENHARDT
Geboren: 1948
Heeft: een partner en twee volwassen kinderen
Houdt van: lezen, reizen en bootje varen

 

‘Door de grotere schaal kunnen we betere contracten sluiten met vermogens­beheerders’

Maar wat hebben deelnemers eigenlijk aan die groei? Ruud Degenhardt: ‘Door de grotere schaal kunnen we betere contracten sluiten met vermogensbeheerders. Maar ook in meer en andere categorieën beleggen, zodat we de beleggingen meer kunnen spreiden. En er is meer geld om maatschappelijk verantwoorde investeringen te doen, zodat we kunnen inspelen op wensen van deelnemers en werkgevers.’

 

Dat de pensioenen de afgelopen jaren door opeenvolgende crises en strakkere regels van de overheid niet konden meegroeien met de inflatie gaat Ruud Degenhardt aan het hart. ‘Een zo goed mogelijk pensioen voor elk van onze deelnemers, dat is toch wat ons elke keer weer motiveert als bestuurders.’

 

Ruud Degenhardt ziet de toekomst van PGB positief in: ‘Door de veranderingen zijn we weerbaarder geworden. Er zit spirit in deze ploeg bestuursleden. Maar ja, ik voel me natuurlijk een beetje de founding father van dit bestuur.’

 
 

Beste pensioenfonds van Nederland…


 

Een innovatie in balansbeheer leidt in 2017 en 2018 zelfs tot de IPE-prijs voor het Beste Pensioenfonds van Nederland. Daarbij gaat het om de verfijnde vorm van dynamische balanssturing die PGB heeft ingericht. Zowel voor het risicobudget als het rentebeleid gaan scherp gedefinieerde spelregels gelden die enerzijds de risico’s beperken en anderzijds de kans op rendement vergroten. Dit alles geheel volgens de uitkomsten van een risicobereidheidsonderzoek dat PGB onder deelnemers heeft gehouden.

© CheeseWorks.nl.
 

colofon, disclaimer, cookieverklaring

De Canon van PGB is een online uitgave van Pensioenfonds PGB.

 

Redactie en samenstelling:

Communicatie Pensioenfonds PGB en Studio BreedBeeld.

 

Aan deze uitgave werkten mee:

Susanne Kuiper (concept, productie en beeldredactie),

Marjolein Rams (concept, art direction & design),

Edwin Slothouber (technische realisatie),

Michiel van Heeswijk (illustraties),

Arnold Verplancke (historisch onderzoek),

Margriet Veldhuis (tekst),

Ans Bouwmans (tekst),

Vincent Boon (fotografie),

Geert de Jong (fotografie),

Simone Gablan (film).

 

De online canon is tot stand gekomen dankzij de inzet, creativiteit en ondersteuning van vele betrokkenen: medewerkers van uitvoeringsorganisatie PGB Pensioendiensten en bestuursbureau, leden van bestuur en de diverse organen van Pensioenfonds PGB.

 

Meer informatie:

U kunt contact opnemen met communicatie@pensioenfondspgb.nl

 

De canon van Pensioenfonds PGB bevat actuele en historische informatie over Pensioenfonds PGB en algemene actuele en historische informatie. Hoewel de informatie met grote zorgvuldigheid is samengesteld kan Pensioenfonds PGB geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de juistheid en/of volledigheid van de inhoud van de website en het gebruik en de interpretatie daarvan.

 

De inhoud wordt jaarlijks geactualiseerd. Cijfers en/of informatie kunnen na publicatie achterhaald zijn.

 

Voor het verspreiden van de inhoud van de website is bronvermelding nodig van Pensioenfonds PGB. Voor het kopiëren of bewerken is toestemming nodig van Pensioenfonds PGB.

 

Aan de inhoud van deze canon kunt u geen rechten ontlenen. Het pensioenreglement is leidend. Op de informatie van deze website en op deze disclaimer is Nederlands recht van toepassing.

 

Pensioenfonds PGB gebruikt alleen functionele en analytische cookies.

 

Functionele cookies worden gebruikt om de website goed te laten functioneren. Via analytische cookies worden het websitebezoek en het klikgedrag nagegaan.

 

De informatie is niet op persoonsniveau herleidbaar en de identiteit van bezoekers is hiermee afgeschermd. In onze cookies staan geen persoonsgegevens.

 

Wij delen de verzamelde gegevens niet met anderen. Wij maken geen gebruik van andere Google-diensten in combinatie met Google Analytics.